2  Doel en opzet van de instructie

2.1  Doelgroepen

       Volwassenen (vanaf 21 jaar)

o       Introductie

o       Beginnelingen

o       C-materiaal (ploeg, individueel)

o       Skiff 1 / Glad 1 scullen (oefenmateriaal, individueel / ploeg)

 

Skiff 2 en Glad Oars 1 gaan via coaching.

       Jeugd (via jeugdcoördinator)

 

2.2  Doelstellingen

       Het aanleren van een goede roeihaal

       Het aanleren van goed stuurmansschap

       Het aanleren van de benodigde vaarregels

       Het zorgvuldig leren omgaan met materiaal

       Het aanleren van de benodigde materiaalkennis

       Het halen van bevoegdheden d.m.v. toetsing van vaardigheden en kennis door een afroeifunctionaris

       Het vertrouwd maken met de vereniging

 

2.3  Uitgangspunten bij het leren roeien door volwassenen

(bron: KNRB en FISA)

       Volwassenen zijn over het algemeen angstiger dan jeugd

       De meest adequate instructiemethode voor deze doelgroep is de klassieke methode

       De klassieke methode gaat uit van breed materiaal en de hele roeibeweging

       Beginners bij voorkeur leren scullen

 

2.4  Beginnersinstructie bij de RVA

       Op twee momenten in het jaar wordt de basisinstructie gestart: na de ledenwerfacties in het voor- en najaar.

       De basisinstructie omvat ± 20 lessen.

       Geïnteresseerden kunnen zich opgeven voor een kennismakingscursus van 4 lessen, tegen betaling van een door het bestuur vastgesteld bedrag. Als men besluit lid te worden wordt dit betaalde bedrag in mindering gebracht op de contributie.

       In het voorjaar melden zich gemiddeld 20 nieuwe leden voor de basisinstructie, in het najaar gemiddeld 15 (peiljaar 2010).

       De meest voorkomende leeftijd van beginnende roeiers bij de R.V.A.  is > 25 jaar

       Alle beginners krijgen tegelijkertijd op vaste tijdstippen instructie.

       Voordeel van vaste instructietijden is dat nieuwe leden makkelijk contacten kunnen leggen binnen de RVA:

o       Beginners leren elkaar allemaal kennen. Dit is belangrijk met het oog op groepsvorming na afloop van de basisinstructie: het beruchte zwarte gat

o       Roeiers kunnen makkelijk onderling wisselen of iemand vervangen.

o       Meerdere instructeurs geven tegelijkertijd instructie. Zo kunnen ze elkaar stimuleren en adviseren en het is socialer.

o       De mogelijkheid om elkaar af te wisselen zorgt ervoor dat instructeurs minder van hun vrije tijd hoeven investeren en dat maakt instructie geven aantrekkelijker.

o       Nieuwe leden zijn niet afhankelijk van één instructeur, waardoor de continuïteit van de instructie beter gegarandeerd is.

       Beginners krijgen scull-instructie in C-vieren

       Instructie in een C4x  i.p.v. in de traditionele wherry,  heeft de volgende voordelen:

o       een C4 heeft een sportievere uitstraling dan een wherry

o       er is per les maar 1 instructeur op 4/5 roeiers nodig, i.p.v. 1 op 2

       Er wordt afgeroeid voor een Basisbevoegdheid scullen: de bevoegdheid voor het roeien in wherries en C4x+ en C2x+.

       Daarnaast leggen de roeiers een proef af voor het sturen: Bevoegdheid voor het sturen van alle boten, behalve 8+

 

2.5  Gevorderden instructie bij de RVA

C-proef scullen

       Na de basisinstructie kunnen roeiers zich opgeven voor instructie resp. afroeien in een C2x

       Leidt op tot de bevoegdheid voor roeien in C1x en C2x.

 

C-proef oarsen

       Na het behalen van de C-proef scullen kan men zich opgeven voor instructie in een C2+ of C4+.

       Leidt op tot de bevoegdheid voor roeien in een C2+ en C4+.

 

Skiff 1

       Na het behalen van de C-proef scullen kunnen roeiers zich opgeven voor instructie en afroeien in een oefenskiff.

       Skiffinstructie voor Skiff 1 wordt i.v.m. de watertemperatuur alleen gegeven vanaf april t/m september.

       Leidt op tot de bevoegdheid voor het roeien in een oefen 1x.

 

Glad Oars

       Glad Oars is is gericht op wedstrijdroeien en valt onder coaching

       Om in wedstrijdboten te mogen varen is de vereiste bevoegdheid en de toestemming van de wedstrijdcommissaris nodig.

 

Skiff 2

       Skiff2 valt bij wedstrijdroeiers onder coaching, anders onder instructie

 

2.6  Voorwaarden voor het geven van goede instructie

       De kant is het meest ideale gezichtspunt voor een goede observatie. Idealiter zou bij beginners die nog niet kunnen sturen dus ook nog een ervaren stuurman moeten sturen.

       Een instructeur

o       Heeft voldoende kennis van de roeitechniek

o       Heeft een goed beeld van de juiste roeitechniek

o       Kan kennis en vaardigheden in duidelijke taal overbrengen

o       Kan verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van de roeiers

o       Kan goed observeren, fouten analyseren en corrigeren

o       Heeft goede kennis van de afroei-eisen

o       Heeft goede kennis van commando’s, stuurtechniek en vaarregels

o       Heeft goede kennis van materiaal

o       Heeft goede kennis van de verenigingsregels

o       Heeft goede sociale vaardigheden

 

2.7  Voorwaarden voor een goede aansluiting instructie – afroeien

       De eisen voor het slagen zijn per bevoegdheid beschreven (zie Afroei-eisen).

       Instructeurs en afroeifunctionarissen zijn inhoudelijk goed op de hoogte van deze eisen

       De eisen worden getoetst a.d.v. duidelijk omschreven observatiepunten (zie Roeitechniek en Observatiepunten).

       Instructeurs en afroeifunctionaris hanteren de observatiepunten tijdens de instructie resp. het afroeien.

       De afroeifunctionaris motiveert het slagen / zakken a.d.v zijn aantekeningen bij de observatiepunten (zie Afroeiformulier).

       De afroeifunctionaris bespreekt achteraf zijn bevindingen met de instructeurs

 

Alle benodigde documentatie voor instructie en afroeien is te vinden in dit handboek.