4  Instructie geven aan beginnende roeiers

4.1  Kenmerken van klassieke instructie

       Brede stabiele boten

       Gebaseerd op de volledige roeibeweging en de techniek

       Vooral voor instructie aan volwassenen

 

4.2  Kenmerken van cybernetische instructie

       Skiff

       Gebaseerd op bootgevoel en bootbeheersing

       Vooral voor instructie aan jeugd

 

4.3  Algemene uitgangspunten bij (beginners)instructie

       Hoe smaller en lichter de boot en hoe kleiner het nummer, hoe beter voor het bootgevoel.

       Voorkeur voor scullen:

o       Mensen leren recht in de boot te zitten

o       Balans is beter

o       Minder blessure gevoelig

o       Roeiers zijn makkelijker uitwisselbaar

 

4.4  Aandachtspunten voor de instructeur

       Observeren van de roeibeweging kan het beste vanaf de kant, dan zie je meer dan vanaf de stuurplaats. Vanuit de stuurplaats kun je goed punten observeren als doldruk, bladwerk, stand van het hoofd en recht zitten.

       Lees voor richtlijnen bij het observeren van de roeibeweging de hoofdstukken over de Roeitechniek en de Analyse van de roeihaal.

       Gebruik voor de aanpak van fouten het Schema over de foutenanalyse en de Beschrijving van oefeningen voor het verbeteren van de fouten.

       Begin pas met laten sturen als de roeiers 1) alle commando’s kennen die nodig zijn voor het manoeuvreren, 2) de commando’s kunnen uitvoeren en 3) de belangrijkste vaarregels hebben geleerd. Een onwetende stuurman samen met onervaren roeiers is onverantwoord en vragen om problemen!

       Begin bij veel wind altijd tegen de wind in (vanwege balans en vermoeidheid)en roei terug met wind mee, bijvoorbeeld 15 minuten heen, 15 minuten terug.

       Beginnende roeiers kennen geen roeiersjargon. Gebruik in het begin begrijpelijke taal. Gebruik de commando’s, begrippen, etc. uit het handboek en maak ze hiermee vertrouwd.

       Zorg dat jij zelf en de stuurman voor iedereen goed verstaanbaar zijn.

       Een roeier kan zichzelf niet zien en is aangewezen op zijn gevoel. Gevoel is in het begin heel belangrijk. Instructies en opdrachten moeten daarbij aansluiten. Voor het effect van een oefening is het belangrijk om steeds te checken wat de roeier voelt.

       Geef duidelijke opdrachten en check of de opdracht begrepen is, vòòr dat met de uitvoering wordt begonnen.

       Vertel altijd wat het doel van een oefening / opdracht  is.

       Geef één oefening / opdracht tegelijk.

       Laat een oefening nooit te lang duren. Het is een middel en geen doel op zich.

       Kies oefeningen die passen bij het niveau van de roeier. Tubben (zie Beschrijving van oefeningen) kan de oefening makkelijker uitvoerbaar maken

       Geef voldoende feed-back. Benadruk ook altijd de positieve punten.

       Houd altijd rekening met wind en kou. Laat roeiers niet te lang stilzitten.

       Geef zelf in alles het goede voorbeeld.

 

4.5  Eerste les

4.5.1  Doelen

Scullbak / ergometer

       Beeldvorming van de goede lichaamshouding en globale roeibeweging

       Nabootsen en voelen

 

Boot

       Goede grip toepassen

       Zich veilig en ontspannen voelen in de boot

       Eerste beginselen van manoeuvreren

       Kennismaken met Commando’s:

o       Instappen gelijk 1 –  2 –- 3

o       Uitstappen gelijk 1 –  2 –- 3

o       Slag klaar maken … slag klaar … af!

o       Halen stuurboord / bakboord … nù

o       Strijken stuurboord / bakboord … nù

o       Laat lopen … bedankt

o       Stuurboord / bakboord hoog … nù

o       Houden … nù

 

Aandachtspunten Instructeur (scullbak / ergometer)

       Accent ligt op observeren, nabootsen en voelen

       Roeier moet de tijd krijgen om de roeibeweging in zich op te nemen.

       De roeibeweging is complex en voor beginners moeilijk om na te doen. Haal de roeier daarom niet te veel uit zijn concentratie: vertel alleen het hoogst noodzakelijke.

       Een beginner moet vooral de roeibeweging voelen. Voor- en nadoen is effectiever dan mondelinge overdracht.

       Zorg dat de roeier ontspannen blijft.

 

4.5.2  Inhoud van de les

1.       In de scullbak of op de ergometer de globale roeibeweging laten zien en laten nadoen / ervaren.

2.       Besteed vooral veel aandacht aan de juiste lichaamshouding: inzethouding, uitzethouding, houding tijdens de verschillende fases van de haal en de recover. Zorg dat de roeier een goed beeld van de houdingen krijgt.

3.       Riemen en boot uit brengen.

4.       Oefenen met in- en uitstappen (eerst voordoen, dan per 2 roeiers tegelijk).

5.       Grip uitleggen en voordoen. Verticaal blad voor juiste grip.

6.       Draaien van het blad uitleggen: kantelen van de polsen.

7.       Wat is bakboord en stuurboord?

8.       Uitzetten (met hulp van iemand op de kant).

9.       Balanceren met de riemen plat op het water.

10.   Veilig boord: riemen haaks op de boot, bladen plat op het water.

11.   Nooit de riemen loslaten.

12.   Halen en strijken met één riem en vaste bank, blad niet draaien.

13.   Halen en strijken met twee riemen: links boven rechts (met tubben).

14.   Laten lopen en houden.

15.   Aanleggen (eerst op het water oefenen aan een denkbeeldig vlot).

16.   Boot schoonmaken en naar binnen brengen.

17.   Napraten tijdens de koffie.

 

4.6  Tweede les

4.6.1  Doelen

Scullbak / ergometer

       Beeldvorming van een goede lichaamshouding, recover en inzetbeweging.

       Voelen van de goede lichaamshouding, de juiste bewegingsvolgorde tijdens de recover en het hangen bij de inzet.

 

Boot

       Zich veilig en ontspannen voelen

       Goede bewegingsvolgorde in de recover

       Halen met oprijden en draaien van de bladen

       Snelheidsverhouding haal – recover is 1 : 2

 

4.6.2  Inhoud van de les

1.       In de scullbak of op de ergometer de roeibeweging laten zien en laten nadoen / ervaren.

2.       Inzet- en uitzethouding oefenen. Let op de juiste hoeken van knieën, heupen, ellebogen en stand van het hoofd (blik op de horizon). Vlak voor de inzet buikspieren aanspannen. Na de uitzet buikspieren ontspannen.

3.       Volgorde van bewegen vanuit de uitzet voordoen en laten nadoen:
    wegzetten, inbuigen, oprijden. Let op ontspanning.

4.       Inbuigen vanuit de heupen.

5.       Ritme: glijden duurt 2 keer zo lang als halen. 

6.       Leren hangen aan de riemen. Na de inzet blijven trappen met de benen. Handles in de scullbak of die van de ergometer tegenhouden en laten voelen wat hangen is. Zorg vooral dat de roeier een goed beeld van de inzethouding heeft.

7.       Riemen en boot uit brengen.

8.       Instappen oefenen (nog een keer voordoen).

9.       Grip opnieuw uitleggen en voordoen. Verticaal blad voor juiste grip.

10.   Draaien van het blad opnieuw uitleggen: kantelen van de polsen.

11.   Wat is bakboord en stuurboord?

12.   Vraag eventueel hulp van de kant bij het uitzetten

13.   Balanceren met de riemen.

14.   Veilig boord: riemen haaks op de boot, bladen plat op het water.

15.   Nooit de riemen loslaten.

16.   Slag klaar maken, slag klaar, af : let op goede inzethouding, vlakke polsen, goede grip, links boven rechts.

17.   Eerst om en om twee roeiers tegelijk laten roeien (tubben), dan pas de hele ploeg.

18.   Zoveel mogelijk een hele haal maken, eventueel iets korter oprijden.

19.   Bladen dicht boven het water houden, eventueel slifferen.

20.   Bladen draaien oefenen.

21.   Let vooral op de goede houding en de bewegingsvolgorde in de recover, het waterwerk komt later wel.

22.   Halen en strijken met één riem en vaste bank, blad draaien.

23.   Halen en strijken met twee riemen: links boven recht.s

24.   Laten lopen en houden.

25.   Aanleggen (eerst weer oefenen op het water).

26.   Uitstappen.

27.   Boot schoonmaken en  naar binnen brengen.

28.   Napraten tijdens de koffie.

 

4.7  Derde en volgende lessen

4.7.1  Doelen

Roeien

       Roeier voelt zich ontspannen en veilig.

       Roeier heeft een goed beeld van de in- en uitzethouding en roeibeweging voor ogen.

       Roeier maakt de recover in de goede bewegingsvolgorde en watervrij.

       Roeier kan de hele roeibeweging maken zonder grove fouten of fouten die blessures veroorzaken.

       Zie eisen voor het afleggen van de Basisproef.

 

Wegvaren en manoeuvreren

       Roeier kan de volgende manoeuvres op commando uitvoeren: instappen, afvaren, stoppen, oversteken, rondmaken, aanleggen en uitstappen.

       Zie eisen voor het afleggen van de Basisproef.

 

Sturen

       Stuurman kan de commando’s op de juiste manier geven.

       Stuurman kan de vereiste manoeuvres verantwoord uitvoeren en past de vaarregels goed toe.

       Stuurman kent van de namen en de beschrijving van de commando’s.

       Stuurman voldoet aan de eisen voor het afleggen van de Basisstuurproef.

 

Kennis van vaarregels

       Roeier kent de belangrijkste vaarregels.

       Roeier kent de veiligheidsregels.

 

Materiaalkennis en omgang met materiaal

       Roeier heeft de vereiste kennis van materiaal.

       Roeier gaat zorgvuldig en volgens de regels met het materiaal om.

 

4.7.2  Inhoud van de lessen, in volgorde van prioriteit:

1.       Omgang met en kennis van materiaal is in elke les geïntegreerd.

2.       Leer de roeiers zo snel mogelijk de commando’s voor het manoeuvreren uit te voeren. Gebruik zelf consequent de juiste intonatie en klemtoon.

3.       Herhaal elke les de punten 1 t/m 6, 9, 10 en 20 uit les 2, tot ze voldoende beheerst worden.

4.       Blijf streven naar een goede (beeldvorming van) de roeibeweging.

5.       Besteed consequent aandacht aan de juiste bewegingsvolgorde in de recover.

6.       Watervrij tijdens de recover (voorwaarde: roeier voelt zich ontspannen en veilig).

7.       Blessure veroorzakende en grove fouten verbeteren m.b.v. oefeningen.

8.       Laat ze de Vaarregels en veiligheidsregels leren.

9.       Laat ze de Commando’s leren.

10.   Leer ze sturen en commando’s geven met gebruik van de juiste klemtoon en intonatie.

11.   Laat ze de hoofdstukken over materiaal en omgang met materiaal leren.

12.   Bereid ze goed voor op het afroeien.

 

4.8  Informatie over instructie geven:

 

http://www.knrb.nl/files/bestanden/Handen_aan_de_Boot.pdf

Boekje van de KNRB over basisinstructie

Roei-Instructies, Amsterdamse Roeibond, 1990