6  Afroei-eisen

6.1  ROEIEN

6.1.1  Basisproef (scullen)

Afroeien in daarvoor aangewezen C4x+

Omgang met materiaal (hoofdstuk 16)

       zorgvuldig met het materiaal omgaan

       de boot en riemen op de juiste wijze tillen c.q. dragen

       de boot zorgvuldig en op juiste wijze in het water leggen en uit het water halen

       correct, zelfstandig en gelijk met ploeggenoten in- en uitstappen

       het voetenbord optimaal afstellen

       zelfstandig van het vlot komen, door afduwen met de riem of door slippend strijken.

       de boot niet onbeheerd aan het vlot laten liggen

       de boot niet te lang aan het vlot laten liggen

       de boot na gebruik schoon en droog maken

       riemen en roer schoon op hun vaste plaats opbergen

       boot op juiste wijze in de loods leggen

 

Roeien: verantwoorde techniek en goede uitvoering van de commando’s (hoofdstuk 7 en 12)

       de handles correct en ontspannen vasthouden

       de handles op de juiste hoogte aanhalen

       met beide riemen tegelijk roeien

       met gebruik van de hele sliding roeien

       watervrij roeien

       zich veilig voelen en ontspannen zijn

       uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal uitvoeren zonder grove fouten als extreem roeien op de armen, rugopzwaai, diepen, vlaggen, zagen of door het bankje trappen

       gelijk met de partner(s) roeien

       gelijk met de partner(s) strijken

       slippen met één of beide riemen

       rondmaken met afwisselend strijken en halen

       met beide riemen tegelijk strijken

       houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging

       houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot

 

 

Sturen: veilig en verantwoord (zie STUREN)

       zelfstandig van het vlot komen, door afduwen met de riem of door slippend strijken.

       de koers bepalen, varen aan stuurboordwal, van koers veranderen zonder anderen te hinderen

       zelfstandig de juiste commando’s geven op het juiste moment met de juiste klemtoon voor:

o       in het water leggen en uit het water halen van wherries

o       het vertrekken van het vlot

o       het stilleggen van de boot

o       het manoeuvreren vanuit stilstand

o       het aanleggen

       zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in

 

 

Kennis van veiligheid en vaarregels (hoofdstuk 13 en 14)

       de vaarregels en regels over veiligheid uit het handboek kennen en toepassen

 

 

Kennis van materiaal en daaraan verbonden verenigingsregels (hoofdstuk 15 en 16)

       de belangrijkste onderdelen van een C-boot  kennen

       de belangrijkste onderdelen van de riem  kennen

       de diverse boottypen bij de juiste benaming kennen

       een boot kunnen reserveren en afschrijven (zie hoofdstuk 15 Materiaal)

       schade aan het materiaal kunnen melden

 

6.1.2  C-proef Scullen

Afroeien in daarvoor aangewezen C2x, op boeg en slag

Roeien: verantwoorde roeitechniek en goede uitvoering commando’s (hoofdstuk 16)

       zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten

       goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)

       een maken correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal, zonder elementaire fouten als roeien op de armen, roeien met extreem kromme polsen, door het bankje trappen, diepen, zagen en vlaggen

       de roeibeweging zonder grove fouten in de coördinatie uitvoeren

       watervrij roeien

       balans

       zich veilig voelen en ontspannen zijn

       gelijk met de partner roeien

       gelijk met de partner strijken

       slippen met één of beide riemen

       rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding

       met beide riemen tegelijk strijken

       houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging

       houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot

       noodstop kunnen maken

 

 

sturen (boeg) (zie STUREN)

       zelfstandig de juiste commando’s op het juiste moment met de goede klemtoon geven

       de koers bepalen, aan stuurboordwal varen, van koers veranderen zonder anderen te hinderen

       regelmatig omkijken

       veilig onder de Zegerbrug doorvaren

       zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

 

kennis (hoofdstuk 15 en 16)

       Omgang met C- materiaal

       Kennis van vaarregels en veiligheid (zie handboek )

 

 

6.1.3  Skiff 1

Afroeien in daarvoor aangewezen oefenskiff over een afstand van 1 km inclusief passeren van brug. Indien toestemming is verleend om in een 2x af te roeien wordt afgeroeid op boeg en slag.

verantwoorde roeitechniek en stuurvaardigheden (zie hoofdstuk7 en STUREN)

       zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten

       goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)

       een correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal maken

       de roeibeweging zonder storende fouten in de coördinatie uitvoeren

       watervrij roeien

       balans en zichtbare bootbeheersing

       zich veilig voelen en ontspannen zijn

       slippen met één of beide riemen

       rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding

       met beide riemen tegelijk strijken

       houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging

       houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot

       noodstop kunnen maken

       de koers bepalen, varen en veranderen

       zelfstandig, zonder het materiaal te beschadigen, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

 

toepassing van kennis m.b.t. sturen en materiaal (zie hoofdstuk 15 en 16)

       Vaarregels en regels m.b.t. veiligheid overtuigend toepassen

       Goede omgang met en kennis van skiff / glad materiaal

 

6.1.4  Skiff 2

Afleggen van vaardigheidsproef in oefen 1x volgens KNRB-normen

Roeien: goede roeitechniek en uitstekende vaardigheden

       zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten

       goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)

       een correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal maken

       de roeibeweging zonder fouten in de coördinatie uitvoeren

       watervrij roeien

       een krachtige haal maken met behoud van techniek en coördinatie

       goede balans en volledige bootbeheersing

       een goede cadans

       zich veilig voelen en ontspannen zijn

       slippen met één of beide riemen

       soepel rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding

       soepel met beide riemen tegelijk strijken

       houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging

       houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot

       noodstop kunnen maken

       een duidelijke koers varen en veilig van koers veranderen

       zelfstandig, zonder het materiaal te beschadigen, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

 

 

sturen en materiaal

       goede omgang met wedstrijdmateriaal

       Kennis en toepassing van vaarregels en veiligheid (zie handboek )

 

6.1.5  C-proef Oarsen

Kan pas afgelegd worden na het behalen van de C-proef scullen

Afroeien in de daarvoor aangewezen C2+ of C4+, op SB en BB

       eisen t.a.v. roeitechniek, vaardigheden en kennis: zie C-proef scullen

 

6.1.6  Glad Oars        

Afroeien in daarvoor aangewezen 4+ op Sb en BB over een afstand van 1 km

       eisen t.a.v. roeitechniek, vaardigheden en kennis: zie Skiff 1

 

6.1.7  Vaardigheidsproef

Hieronder staan Normen en regels bij het afleggen van een vaardigheidsproef

(uit: Reglement VP senioren KNRB)

       De roeiers en roeisters worden naar leeftijd en af te leggen afstand onderverdeeld in de volgende categorieën:

 

Dames

 

 

Heren

 

Categorie

Afstand

 

Categorie

Afstand

t/m 35 jaar

36 t/m 45 jaar

46 t/m 65 jaar

66 jaar en ouder

16 km

14 km

12 km

10 km

 

t/m 40 jaar

41 t/m 50 jaar

51 t/m 70 jaar

71 jaar en ouder

20 km

18 km

16 km

14 km

 

       De vermelde leeftijden dienen te zijn bereikt vòòr 1 januari van het lopende jaar.

       De proef kan worden afgelegd in de skiff of 2-/2+. Skiff 2 wordt afgelegd in de skiff.

 

Dames

Boottype

 

Tijd

 

Heren

Boottype

 

Tijd

skiff

2 uur

 

skiff

2 uur

2- / 2+

2 uur 10 minuten

 

2- / 2+

2 uur 10 minuten

 

       Voor proeven in 2-/2+ bemand door roeiers van verschillende leeftijdscategorieën, geldt als af te leggen afstand die van de jongste leeftijdscategorie.

       Proeven in 2-/2+ kunnen niet worden afgelegd door een dame en een heer samen.

 

 

6.2  STUREN

De stuurtouwtjes

       Om goed te kunnen sturen moeten de stuurtouwen strak gespannen blijven en mogen ze niet gekruist zijn.

       De stuurtouwen mogen nooit door het water slepen.

       Slinger het stuurtouw nooit om je lichaam. Dit is gevaarlijk bij omslaan.

       De stuurtouwen zo vasthouden dat het roer zonder overbodige bewegingen bediend kan worden.

       Tijdens het strijken de touwen strak trekken en strak houden, om omklappen en daardoor afbreken van het roer te voorkomen.

       Altijd subtiel aan de touwtjes trekken: abrupt en hard trekken tijdens de haal remt, abrupt trekken tijdens het oprijden vertoort de balans.

       Kleine koerswijzigingen m.b.v. het roer, grote koerswijzigingen m.b.v. de roeiers.

       Sturen m.b.v. het roer heeft alleen effect als de boot snelheid heeft. Bij weinig snelheid sturen m.b.v. de roeiers.

 

Houding

Een stuurman moet zo stil mogelijk en recht boven de kiel blijven zitten zodat de balans niet wordt verstoord en de boot niet scheef ligt.

6.2.1  Basisstuurproef         

af te leggen in C4x+ (met roer)

       zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten

       zelfstandig de juiste commando’s op het juiste moment met de juiste nadruk geven

       een duidelijke koers varen, aan stuurboord wal varen, van koers veranderen zonder hinderen van anderen

       de belangrijkste verkeersregels te water kennen en toepassen

       veilig onder de Zegerbrug doorvaren

       de boot kunnen stoppen in een noodsituatie

       zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

       juiste omgang met materiaal (zie wherryproef)

       kennis van materiaal, veiligheids- en vaarregels (zie handboek)

 

6.2.2  Sturen in ongestuurde boten/skiff

       zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten

       een duidelijke koers varen

       stuurboord wal houden

       van koers veranderen zonder hinderen van anderen

       de belangrijkste verkeersregels te water kennen en toepassen

       veilig onder de bruggen doorvaren

       de boot kunnen stoppen in een noodsituatie

       zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

       kennis van veiligheids- en vaarregels (zie handboek)

 

6.2.3  Grote Stuurproef

Stuurervaring opdoen in een  8+ o.l.v. een coach. De proef wordt door de Afroeicommissie toegekend, op voorspraak van de coach.

eisen

       ruime stuurervaring in een 8+ onder verantwoordelijkheid van een bevoegde ploeg, een ervaren slag-roeier en een coach op de kant

       duidelijk de leiding nemen

       zelfstandig de juiste commando’s geven op het juiste moment met de juiste nadruk

       Veilig passeren van de bruggen

       Veilig rondmaken en manoeuvreren zonder anderen te hinderen

       de koers bepalen, aan stuurboordwal varen, van koers veranderen zonder anderen te hinderen

       volledig overzicht van de (risico)situaties op het water tonen

       zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats

       vereiste kennis en toepassing van de veiligheids- en vaarregels

       verantwoord en bewust omgaan met materiaal

 

 

Aanleggen

       Altijd tegen de wind in aanleggen.

       Vaar een snelheid die verantwoord is, lichte haal of spoelhaal. Bij harde tegenwind is iets meer snelheid nodig.

       Op een beperkte afstand van het vlot (ongeveer 20 meter) een hoek van 30° kiezen.

       Laat op tijd, maar bij harde tegenwind niet te vroeg, lopen. Laat de boeg altijd meekijken.

       Op tijd, maar maar bij harde tegenwind niet te vroeg, houden. De (punt van de) boot mag het vlot nooit raken.

       De riemen en bladen mogen het vlot niet raken.

       Na het aanleggen kunststof bladen met de bolle kant naar beneden op het vlot leggen.

       Aankomen kan ook strijkend, dit gaat op exact dezelfde wijze. Bij gestuurde boten het roer recht houden en de stuurtouwtjes strak, om afbreken te voorkomen.