Veiligheid, gezondheid en respectvolle omgangsvormen

De Roeivereniging Alphen rekent de zorg voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van leden, coaches en anderen verbonden aan de vereniging tot haar taken.

Een belangrijk aspect van welzijn zijn respectvolle omgangsvormen, respectievelijk het voorkomen van ongewenste omgangsvormen. Dat vraagt primair om een gezamenlijke inspanning van alle leden, waarbij ieder binnen de vereniging zijn eigen verantwoordelijkheid dient te nemen. Het bestuur is verantwoordelijk voor een gezonde en veilige sportomgeving. Hierbij passen de aanstelling van een of meer vertrouwenspersonen en de invoering van omgangsregels. Het beleid is vastgelegd in het Bijzonder Reglement 'Ongewenste omgangsvormen' en maakt onderdeel uit van het Huishoudelijk Reglement.

Ongewenste omgangsvormen

Onder ongewenste omgangsvormen verstaan wij seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie. De vereniging is gehouden dergelijke gedragingen tegen te gaan en te voorkomen en gewenst gedrag te stimuleren. 

Omgangsregels

Onze roeivereniging vindt het belangrijk dat iedereen zich bij de vereniging prettig en veilig voelt. Om die reden hebben wij de volgende omgangsregels . Wij verwachten van iedereen die bij de roeivereniging komt, dat hij/zij deze regels naleeft.
  1. Ik respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee.
  2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3. Ik val de ander niet lastig.
  4. Ik berokken de ander geen schade.
  5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  6. Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  7. Ik negeer de ander niet.
  8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
  9. Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee.
  10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  11. Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongepaste opmerkingen over iemands persoonlijke leven of uiterlijk.
  13. Als iemand mij hindert of lastig valt, dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.
  14. Ik spreek er degene die zich daar niet aan houdt op aan en meld dit zo nodig bij het bestuur of bij de vertrouwenspersoon.