Roeicarrière: Aschwin Brandt

Voor mij was roeien voornamelijk een ontsnapping aan hockey. Na dat een aantal jaar voor de gezelligheid te hebben gedaan was ik erop uitgekeken. Mijn ouders hadden relatief kort voor deze verlichting nieuwe hockeyspullen voor me aangeschaft en mijn moeder kwam aanzetten met een deal dat als ik roeien zou uitproberen het me vergeven zou worden dat ik deze spullen niet zou gebruiken. Jarenlang hebben mijn ouders lopen aandringen dat ik eens moest gaan proberen te roeien, maar het leek me maar een suffe sport die voornamelijk door oude mensen beoefend wordt. Misschien was het mijn geschiedenis docent (een man van onder de 30 die bij Njord had geroeid en redelijk recalcitrant was op NLroei) die me deed beseffen dat roeien geen suffe oudelullensport hoefde te zijn, dus ik gaf het een poging.

Hel 2006

Bij wijze van Spartaanse opvoeding werd ik direct in de skiff gezet onder het mom van “als je het hier in kan dan kan je het in elke boot”. Dit viel behoorlijk tegen en de eerste paar keer was ik voornamelijk bezig met niet omslaan. Op een gegeven moment greep het skiffen me. Ik dacht er aan op de fiets, ik oefende het in mijn hoofd en begon steeds meer te trainen. Ook kwam ik er achter dat er een hele jeugdsectie was met mensen die ook lid waren bij de RVA. Een drietal van die roeiers deed ook aan wedstrijdroeien en ik vond het leuk om te proberen deze eruit te roeien. Niet veel later startte ik wedstrijden op nationaal niveau met als primeur de hel van het Noorden. Als je 22 kilometer heb geroeid waarvan 6 kilometer hard, je iets van 44e van de 47 wordt en het nog steeds leuk vindt zit je wel goed.

Onder het toeziend oog van Ruud van der Marck en met de begeleiding van mijn vader Ad ben ik ongeveer alle wedstrijden afgegaan dat seizoen. Ruud had z’n zinnen gezet op de ‘Coupe de la Jeunesse’ en ik moest en zou starten op het NK-klein om hiervoor in aanmerking te komen. Na nogmaals een afgang (ik lag na de eerste race meteen al uit) was ik gebrand op verbetering. Op trainingskamp maakte ik belachelijk veel kilometers, ik trainde keihard en won dat jaar... niets. Wel was ik flink vooruit gegaan.

WinterWedstrijden2008Na een zomer en winter hard trainen moest ik geloven aan het senioren roeien. Op de Winterwedstrijden werd ik zo hard voorbij geroeid door Roel Braas dat het leek alsof ik stil stond. Hoewel het niet gek was dat zo’n gigant me voorbij roeide merkte ik dat het conditioneel niet zo lekker ging. Na bloedprikken bij de dokter werd het duidelijk: Pfeiffer. Na een half jaar lang uitzieken was ik zo ver van de roeisport afgedreven dat het bijna logisch zou zijn geweest al ik nooit meer in een boot was gestapt. Maar toen ik bij de ‘King of the Aar’ kwam kijken naar m’n vader werd ik weer de boot in gelokt en vanaf daar was ik weer verslaafd aan de roeisport.

Tot nu toe nog niet echt een verhaal waardig voor een eregallerij. Het enige dat ik tot dit punt bereikt had was een hele hoop energie stoppen in iets waar ik nog geen resultaat uit had gehaald. Maar vanaf dit punt veranderde iets. Door nogmaals bewust te kiezen voor het roeien was er blijkbaar iets veranderd in de mindset. Het overtollige vet ging er langzaam weer vanaf en er kwamen weer wat spieren voor in de plaats. Nog steeds was het door wat rugklachten geen smooth sail, maar de resultaten begonnen wel wat meer te komen. Langzaam begon ik me te meten met de bovenkant van het veld. Mensen die me een wedstrijd ervoor versloegen liet ik ineens achter me en het winnen kwam steeds dichter bij. Uiteindelijk mocht het in m’n vierde jaar dan eindelijk gebeuren: beginnelingen af, een wedstrijd later nog een blik en op de laatste wedstrijd van het jaar op een haar na bijna nog één. Aschwin blik juni 2010

Ondertussen 21 jaar was er een nieuw doel voor ogen gekomen. Het WK <23. Na een zomer tussen de bodybuilders in de sportschool door te hebben gebracht met zelfbedachte trainingsschema’s waar ik nu aan zou overlijden was ik klaar voor een nieuw avontuur. Dat seizoen waren trainingen van 16 tot 22 kilometer niet heel zeldzaam, fietste ik in de middag soms nog een rondje van 80km naar Scheveningen en terug en werd ik begeleid door een diëtist, een sportfysioloog en natuurlijk door Ruud en mijn vader. Van VO2-max testen tot lactaat, alles werd gemeten. Ondertussen 20 kilo lichter dan toen ik met roeien begon (ik was een dikkertje) en topfit begon ik bekende namen te kloppen. Zelfs een 5e plek in het SA skiff op het Nederlands Kampioenschap. Ook dit plan eindigde in een mineur. Wanneer het exact duidelijk werd dat het WK<23 niet meer in het verschiet lag weet ik niet meer, maar het ging niet door. Het seizoen kon ik nog wel afsluiten met een mooi blik in het nieuwelingen veld waarmee ik de overgangsstatus bereikte.

Devt 4+ 2012Ruud hield op met het coachen en voor mij was het tijd om te switchen van vereniging. Na heel wat studentenverenigingen te hebben bekeken was Laga de vereniging die me het meest trok en na de zomer werd ik daar lid. Doordat ik een scooter ongeluk had gehad in Griekenland begon het daar ook niet heel soepel. Boordroeien met die lui lukte me niet en ik was een soort van vreemde eend als ex-junior die onwijs lang bij een burgervereniging senioren velden had gestart, HBO-er was en ook nog precies tussen lichte pik en zware bal in zat. Na een half jaar aankloten begon het dan toch eindelijk te klikken. Ik werd in een twee zonder (de b-boot) gezet en dit klikte zo goed dat we de A-boot (een vier) er meermaals uitroeiden en ook nog eerder blik trokken dan dat zij deden. Vervolgens werden we samen met twee ergometerkanonnen in een vierzonder gezet en hebben we een regelrechte vernieling aangericht in het development klassement. We waren er vrij laat bij en wonnen vrijwel alles. 8 overwinningen later was het seizoen toch geslaagd.

Na de zomervakantie was het een ander verhaal. Binnen de vereniging was ik ‘de shit’ en bijna alle achten waar ik op slag zat wonnen in sparring sessies. Zelfs op de ergometer heb ik ondanks mijn lengte en gebrek aan vermogen een tijd in de top van de lijsten gestaan. Dat seizoen had ook mooie doelen: Oude Vier op de Varsity en de Henley Royal Regatta. Hoewel ik aan het begin van het roeiseizoen er erg goed voor stond wist ik ook dat ik eigenlijk de slechtste kaarten had. Vrijwel iedereen daar was geselecteerd op talent en per definitie sterker dan ik. Ik had ervaring en techniek en door hard werken een goede power to weight ratio. Ik wist donders goed dat als die gasten leerden roeien ik compleet naar huis geroeid zou worden. Gek genoeg gebeurde dat niet en tot mijn stomste verbazing hoorde ik bij de top 4 roeiers van de vereniging en mocht ik starten in de oude vier van Laga op de Varsity. Daar hebben we puur geraced voor de lol. Zo hard mogelijk starten en proberen zo lang mogelijk de gevestigde orde voor te blijven.

Na de Varsity stond de rest van het seizoen in teken van de Henley Royal Regatta. Eindeloos sparren met elkaar in de 4- op de WA-Baan, loodzwaar krachttrainen en in allerlei combinaties starten in de 2-. Hier en daar nog wel wat gewonnen, maar over het algemeen startten we wedstrijden voor de oefening. Eind juni vertrokken we naar Engeland.

De Henley Royal Regatta is een unieke wedstrijd. Nog nooit heb ik een toernooi meegemaakt van dit kaliber. Je wordt als zware ploeg ingewogen omdat er mensen op je gaan wedden, om de hele baan staan toeschouwers en je vaart één tegen één tegen races. Verliezen in zo’n race sluit je direct uit voor de rest van het toernooi, en ze verwachten ook dat je direct met je boot van het botenterrein afgaat. De eerste race voeren we een universiteitsploeg die helemaal uit Amerika was gekomen eraf in tempo 22. Met tranen in hun ogen moesten ze op dag één het botenterrein verlaten. Dit was wel hun b-boot, maar gelukkig mochten we direct de dag erna tegen de a-boot die we in tempo 23 naar huis hebben geroeid. De dagen daarna roeide we tegen boten van Oxford, Rusland en Amerika. Na races werd ik zelfs geïnterviewd als slagman van de “Delfsche studenten roeivereniging Laga” (een zin die ze absoluut niet over hun strot konden krijgen) over hoe ik de races vond gaan, hoe ons trainingsregime eruit zag en hoe ik onze kansen inschatte.

Omdat je elke dag geloot wordt is het altijd spannend tegen wie je de volgende dag moet racen. Op vrijdag roeide we tegen de Oxford Brookes. Een ploeg waarvan we wisten dat ze het hele jaar ongeslagen waren. In Engeland is het roeien groter dan hier, dus we stonden op scherp. De race was er als geen ander die week. Tot vlakbij de finish zat er geen licht tussen de boten. Omdat ik de hele week m’n pet tot ver over m’n ogen had en je als slag zelfs als je voor ligt lang naast de andere boot blijft zitten kon ik niet goed inschatten hoever we voor lagen. Ik kon hun roeien en hun stuurtje duidelijk horen en was me er de hele race bewust van dat het een strijd zou worden tot het bittere eind. Ongeveer ter hoogte van 1900 meter waren we los en even later kwamen we winnend de finish over. We hebben nooit gejuicht bij de overwinning maar deze keer gingen we compleet los. De Britten vonden het not-done maar over het algemeen maakt een echte Lagaaier zich daar niet druk om. Uiteindelijk bleek de race tegen de Brookes onze finale te zijn. Sint Petersburg de dag erna en Harvard in de laatste dag kwamen nooit in de buurt.

Henley 2013

Met roeien kan je de gevestigde orde aan de tand voelen zonder dat je je eigen tanden verliest. Ik heb letterlijk gestart tegen Nederlandse toppers en tegen wereldkampioenen. Met een sport als boxen moet je dit niet willen proberen. Over het algemeen streven mensen hun doelen niet na omdat ze bang zijn dat ze er niet succesvol in kunnen worden of veel risico lopen als het fout gaat. In roeien is er nog een hoop mogelijk en ik raad de huidige jeugdroeiers van de RVA dan ook van harte aan hun hoogste doelen na te streven. In het slechtse geval staat het mooi op je CV.

Film Laga Henley 2013